17 Apr 2026
|
2 min read
De Drostenhal – waar “zorgwekkend” inmiddels een soort huisstijl is
J
Jan Veenstra
Auteur
Er zijn van die gebouwen die je niet meer hoeft te inspecteren. Die gewoon een eigen diagnose hebben gekregen. De Drostenhal in Coevorden is er zo één. Niet kapot, niet functioneel, maar ergens in dat charmante tussengebied dat de gemeente “zorgwekkend” noemt. Dat klinkt bijna alsof het een tijdelijk griepje is. Alleen duurt dat griepje al een paar bestuursperiodes.
Het is eigenlijk knap. Niet elke sporthal lukt het om jarenlang in de categorie “we gaan er iets mee doen” te blijven hangen zonder daadwerkelijk te veranderen. De Drostenhal is daarin een soort kampioen uitstelbeheer. Je zou er bijna een cursus van kunnen maken: “Hoe houd ik een gebouw precies functioneel genoeg om sluiting te vermijden, maar niet goed genoeg om trots op te zijn.”
Want dat is de situatie: de douches doen het soms niet, of wel maar liever niet, schimmel vormt zich met meer consistentie dan het onderhoudsplan, en de vloer heeft duidelijk besloten dat “grip” optioneel is geworden. Maar geen paniek: er wordt gewerkt aan ventilatiecontroles. Dat is bestuurlijk Nederlands voor: we hebben even gekeken waar de knop zit.
En eerlijk is eerlijk: het systeem werkt. Althans, technisch gezien. Het gebouw stort niet in, dus op papier is alles nog “bruikbaar”. Dat is ook een mooie overlevingsstandaard: zolang niemand letterlijk wegglijdt naar het ziekenhuis, is het beleid geslaagd.
Ondertussen mogen gebruikers meegenieten van de jaarlijkse rituelen. Een gesprek hier, een afspraak daar, een plan van aanpak dat altijd net iets verder in de toekomst ligt dan de problemen in het heden. De gemeente en beheerder werken “samen op”, wat meestal betekent dat iedereen naar elkaar kijkt in de hoop dat de vloer zichzelf oplost.
En ergens tussen al die plannen door komt dan de geruststelling dat de Drostenhal de komende drie tot vijf jaar “veilig, hygiënisch en bruikbaar” moet blijven. Dat is een ambitie die je alleen kunt bewonderen. Drie tot vijf jaar is in Drostenhal-termen ongeveer: nog twee ventilatiecontroles, een halve vloerreparatie en een nieuw hoofdstuk in de serie “waarom werkt de douche vandaag weer niet?”
Maar goed, er loopt ook een toekomstonderzoek. Dat is geruststellend. Niets zegt “we hebben de controle” zo overtuigend als een onderzoek naar de vraag of je het gebouw überhaupt nog moet hebben.
Tot die tijd blijft de Drostenhal precies wat hij al jaren is: een sporthal die functioneert op wilskracht, ducttape en bestuurlijke hoop. En dat is ook een prestatie. Niet elke accommodatie weet zo consequent “bijna goed genoeg” te zijn.
Misschien is dat wel de echte kunst hier: niet bouwen aan oplossingen, maar aan volhoudbaarheid. Alleen jammer dat sporters daar niet echt op trainen.
Want dat is de situatie: de douches doen het soms niet, of wel maar liever niet, schimmel vormt zich met meer consistentie dan het onderhoudsplan, en de vloer heeft duidelijk besloten dat “grip” optioneel is geworden. Maar geen paniek: er wordt gewerkt aan ventilatiecontroles. Dat is bestuurlijk Nederlands voor: we hebben even gekeken waar de knop zit.
En eerlijk is eerlijk: het systeem werkt. Althans, technisch gezien. Het gebouw stort niet in, dus op papier is alles nog “bruikbaar”. Dat is ook een mooie overlevingsstandaard: zolang niemand letterlijk wegglijdt naar het ziekenhuis, is het beleid geslaagd.
Ondertussen mogen gebruikers meegenieten van de jaarlijkse rituelen. Een gesprek hier, een afspraak daar, een plan van aanpak dat altijd net iets verder in de toekomst ligt dan de problemen in het heden. De gemeente en beheerder werken “samen op”, wat meestal betekent dat iedereen naar elkaar kijkt in de hoop dat de vloer zichzelf oplost.
En ergens tussen al die plannen door komt dan de geruststelling dat de Drostenhal de komende drie tot vijf jaar “veilig, hygiënisch en bruikbaar” moet blijven. Dat is een ambitie die je alleen kunt bewonderen. Drie tot vijf jaar is in Drostenhal-termen ongeveer: nog twee ventilatiecontroles, een halve vloerreparatie en een nieuw hoofdstuk in de serie “waarom werkt de douche vandaag weer niet?”
Maar goed, er loopt ook een toekomstonderzoek. Dat is geruststellend. Niets zegt “we hebben de controle” zo overtuigend als een onderzoek naar de vraag of je het gebouw überhaupt nog moet hebben.
Tot die tijd blijft de Drostenhal precies wat hij al jaren is: een sporthal die functioneert op wilskracht, ducttape en bestuurlijke hoop. En dat is ook een prestatie. Niet elke accommodatie weet zo consequent “bijna goed genoeg” te zijn.
Misschien is dat wel de echte kunst hier: niet bouwen aan oplossingen, maar aan volhoudbaarheid. Alleen jammer dat sporters daar niet echt op trainen.