11 Jun 2026
|
3 min read
Republiek Noord-Nederland? Het begint steeds minder als een grap te klinken
J
Jan Veenstra
Auteur
"Moet Noord-Nederland niet gewoon autonoom worden?"
Het is zo'n opmerking die meestal ontstaat aan de stamtafel, ergens tussen de derde kop koffie en de conclusie dat Den Haag weer eens iets heeft bedacht waar het Noorden niet op zat te wachten. Meestal wordt er om gelachen. Een grap. Een knipoog. Een beetje regionale zelfspot.
Maar de laatste tijd merk ik dat die grap steeds minder als een grap voelt.
Deze week werd bekend dat Rijkswaterstaat onderhoud aan belangrijke noordelijke wegen uitstelt omdat het geld op is. Niet voor nieuwe wegen. Niet voor ambitieuze megaprojecten. Nee, voor onderhoud. Voor asfalt. Voor viaducten. Voor wegmarkeringen.
Voor de basis.
De A28 tussen Assen en Groningen. De A28 tussen Beilen en Hoogeveen. De A37 tussen Emmen en Hoogeveen. Wegen waar dagelijks duizenden mensen gebruik van maken. Wegen waar ondernemers afhankelijk van zijn. Wegen die de levensader vormen van een regio die toch al niet gezegend is met een overvloed aan alternatieven.
En dan komt de boodschap uit Den Haag: het geld is op.
Het Noorden kent die boodschap inmiddels uit het hoofd.
De gaswinning leverde tientallen jaren miljarden op voor Nederland. Toen de schade moest worden hersteld, bleek dat ineens ingewikkeld.
De Lelylijn duikt met de regelmaat van een koekoeksklok op in verkiezingsprogramma's, om daarna weer in een la te verdwijnen.
De Nedersaksenlijn wordt behandeld alsof het een luxe hobbyproject is in plaats van een noodzakelijke verbinding voor een regio die serieus genomen wil worden.
En nu blijkt zelfs onderhoud van bestaande infrastructuur geen vanzelfsprekendheid meer.
Het wonderlijke is dat bestuurders in Den Haag vervolgens verbaasd reageren wanneer het vertrouwen in de overheid afneemt.
Dat vertrouwen verdwijnt namelijk niet door één besluit.
Het verdwijnt door een opeenstapeling van kleine signalen.
Elke keer dat een investering elders prioriteit krijgt.
Elke keer dat een regio moet uitleggen waarom zij ook onderdeel van Nederland is.
Elke keer dat inwoners horen dat er geen geld is voor iets wat eigenlijk allang geregeld had moeten zijn.
Het lijkt soms alsof Nederland bestaat uit een kerngebied en een aantal provincies die vooral nuttig zijn voor landbouw, energieproductie, ruimte en recreatie. Een soort achtertuin die prachtig wordt gevonden zolang er niet te veel onderhoud nodig is.
Natuurlijk is een onafhankelijke Republiek Noord-Nederland onzin.
Alleen al de discussie over waar de hoofdstad zou moeten komen zou langer duren dan de aanleg van de Zuiderzeelijn ooit heeft gedaan.
Maar achter de grap schuilt wel iets serieus.
Mensen willen niet voortdurend horen dat hun regio belangrijk is. Ze willen dat zien.
In asfalt.
In spoorlijnen.
In investeringen.
In keuzes.
Want mooie woorden rijden geen vrachtwagens naar hun bestemming. Mooie woorden brengen werknemers niet naar hun werk. Mooie woorden repareren geen viaducten.
Misschien moet Den Haag zich daarom minder druk maken over het bestrijden van noordelijk chagrijn en meer over de oorzaak ervan.
Want scheuren in asfalt zijn vervelend.
Scheuren in vertrouwen zijn veel moeilijker te herstellen.
En als zelfs noodzakelijk wegenonderhoud inmiddels te duur wordt gevonden, dan klinkt de vraag of Noord-Nederland misschien beter af zou zijn als eigen republiek ineens een stuk minder als een grap dan Den Haag lief zou moeten zijn.
Maar de laatste tijd merk ik dat die grap steeds minder als een grap voelt.
Deze week werd bekend dat Rijkswaterstaat onderhoud aan belangrijke noordelijke wegen uitstelt omdat het geld op is. Niet voor nieuwe wegen. Niet voor ambitieuze megaprojecten. Nee, voor onderhoud. Voor asfalt. Voor viaducten. Voor wegmarkeringen.
Voor de basis.
De A28 tussen Assen en Groningen. De A28 tussen Beilen en Hoogeveen. De A37 tussen Emmen en Hoogeveen. Wegen waar dagelijks duizenden mensen gebruik van maken. Wegen waar ondernemers afhankelijk van zijn. Wegen die de levensader vormen van een regio die toch al niet gezegend is met een overvloed aan alternatieven.
En dan komt de boodschap uit Den Haag: het geld is op.
Het Noorden kent die boodschap inmiddels uit het hoofd.
De gaswinning leverde tientallen jaren miljarden op voor Nederland. Toen de schade moest worden hersteld, bleek dat ineens ingewikkeld.
De Lelylijn duikt met de regelmaat van een koekoeksklok op in verkiezingsprogramma's, om daarna weer in een la te verdwijnen.
De Nedersaksenlijn wordt behandeld alsof het een luxe hobbyproject is in plaats van een noodzakelijke verbinding voor een regio die serieus genomen wil worden.
En nu blijkt zelfs onderhoud van bestaande infrastructuur geen vanzelfsprekendheid meer.
Het wonderlijke is dat bestuurders in Den Haag vervolgens verbaasd reageren wanneer het vertrouwen in de overheid afneemt.
Dat vertrouwen verdwijnt namelijk niet door één besluit.
Het verdwijnt door een opeenstapeling van kleine signalen.
Elke keer dat een investering elders prioriteit krijgt.
Elke keer dat een regio moet uitleggen waarom zij ook onderdeel van Nederland is.
Elke keer dat inwoners horen dat er geen geld is voor iets wat eigenlijk allang geregeld had moeten zijn.
Het lijkt soms alsof Nederland bestaat uit een kerngebied en een aantal provincies die vooral nuttig zijn voor landbouw, energieproductie, ruimte en recreatie. Een soort achtertuin die prachtig wordt gevonden zolang er niet te veel onderhoud nodig is.
Natuurlijk is een onafhankelijke Republiek Noord-Nederland onzin.
Alleen al de discussie over waar de hoofdstad zou moeten komen zou langer duren dan de aanleg van de Zuiderzeelijn ooit heeft gedaan.
Maar achter de grap schuilt wel iets serieus.
Mensen willen niet voortdurend horen dat hun regio belangrijk is. Ze willen dat zien.
In asfalt.
In spoorlijnen.
In investeringen.
In keuzes.
Want mooie woorden rijden geen vrachtwagens naar hun bestemming. Mooie woorden brengen werknemers niet naar hun werk. Mooie woorden repareren geen viaducten.
Misschien moet Den Haag zich daarom minder druk maken over het bestrijden van noordelijk chagrijn en meer over de oorzaak ervan.
Want scheuren in asfalt zijn vervelend.
Scheuren in vertrouwen zijn veel moeilijker te herstellen.
En als zelfs noodzakelijk wegenonderhoud inmiddels te duur wordt gevonden, dan klinkt de vraag of Noord-Nederland misschien beter af zou zijn als eigen republiek ineens een stuk minder als een grap dan Den Haag lief zou moeten zijn.