05 Apr 2026
|
2 min read
Alles is een spel (en jij staat achter)
J
Jan Veenstra
Auteur
Misschien is dat de echte vraag die we onszelf moeten stellen: wanneer zijn we gestopt met gewoon iets doen omdat we het leuk vinden, en zijn we begonnen met alles te zien als iets dat we moeten winnen?
Het is ergens ongemerkt gebeurd. Niet met een knal, maar met een melding. “Gefeliciteerd, je hebt een nieuwe badge!” Voor je het weet, ben je geen mens meer met hobby’s, maar een wandelend scorebord. Je leest geen boek meer—je “voltooit” het. Je loopt geen rondje—je “haalt je stappen”. Je leert geen taal—je onderhoudt een streak op Duolingo alsof je leven ervan afhangt.
En laten we eerlijk zijn: die streak voelt ook alsof je leven ervan afhangt.
Het geniale (en licht verontrustende) is dat niemand je dwingt. Er staat geen quizmaster in je woonkamer die roept: “Sneller! Beter! Hoger!” Nee, dat stemmetje zit inmiddels gewoon in je hoofd. Bedrijven hebben het zo slim ingericht dat je jezelf opjaagt. Apps als Kahoot! maken van leren een wedstrijd, en ineens zit je bloedfanatiek vragen te beantwoorden over hoofdsteden alsof er een Olympische medaille op het spel staat.
En ergens is dat ook best knap. Want wie had gedacht dat we vrijwillig onze vrije tijd zouden veranderen in een soort bijbaan zonder salaris, maar mét ranglijst?
Het probleem is alleen: plezier is slecht meetbaar. Er is geen app die zegt: “Gefeliciteerd, je hebt vandaag doelloos een beetje aangeklooid. 10/10, ga zo door.” Geen leaderboard voor middagdutjes. Geen badge voor “gewoon een beetje zitten en naar buiten staren”.
Dus maken we er zelf maar een wedstrijd van. Tegen anderen, tegen onszelf, tegen een app die altijd nét iets beter weet hoe het moet.
Maar stel je eens voor—puur hypothetisch—dat er niets te winnen valt. Geen punten. Geen statistieken. Geen publiek. Zou je die taal nog leren? Dat boek nog lezen? Die wandeling nog maken?
Of… zouden we massaal in paniek raken omdat niemand bijhoudt hoe goed we het doen?
Misschien is dat wel de ultieme high score: iets doen zonder dat het ergens toe hoeft te leiden.
Succes met níet winnen.
En laten we eerlijk zijn: die streak voelt ook alsof je leven ervan afhangt.
Het geniale (en licht verontrustende) is dat niemand je dwingt. Er staat geen quizmaster in je woonkamer die roept: “Sneller! Beter! Hoger!” Nee, dat stemmetje zit inmiddels gewoon in je hoofd. Bedrijven hebben het zo slim ingericht dat je jezelf opjaagt. Apps als Kahoot! maken van leren een wedstrijd, en ineens zit je bloedfanatiek vragen te beantwoorden over hoofdsteden alsof er een Olympische medaille op het spel staat.
En ergens is dat ook best knap. Want wie had gedacht dat we vrijwillig onze vrije tijd zouden veranderen in een soort bijbaan zonder salaris, maar mét ranglijst?
Het probleem is alleen: plezier is slecht meetbaar. Er is geen app die zegt: “Gefeliciteerd, je hebt vandaag doelloos een beetje aangeklooid. 10/10, ga zo door.” Geen leaderboard voor middagdutjes. Geen badge voor “gewoon een beetje zitten en naar buiten staren”.
Dus maken we er zelf maar een wedstrijd van. Tegen anderen, tegen onszelf, tegen een app die altijd nét iets beter weet hoe het moet.
Maar stel je eens voor—puur hypothetisch—dat er niets te winnen valt. Geen punten. Geen statistieken. Geen publiek. Zou je die taal nog leren? Dat boek nog lezen? Die wandeling nog maken?
Of… zouden we massaal in paniek raken omdat niemand bijhoudt hoe goed we het doen?
Misschien is dat wel de ultieme high score: iets doen zonder dat het ergens toe hoeft te leiden.
Succes met níet winnen.