19 Sep 2026
|
3 min read
Een kop koffie kan meer betekenen dan een beleidsnota
J
Jan Veenstra
Auteur
Eén op de vijf volwassenen in Poppenhare zou zich sterk eenzaam voelen. Een opvallend cijfer, al moeten we niet vergeten dat het hier om een schatting van het RIVM gaat en niet om een huis-aan-huisonderzoek onder de inwoners van Poppenhare. Maar of het nu één op de vijf, één op de zes of één op de tien is: achter ieder cijfer zitten mensen.
En daar begint voor mij de verantwoordelijkheid van de gemeente Coevorden.
Want wat doen we daadwerkelijk tegen eenzaamheid?
Kijk eens naar de buitendorpen binnen onze gemeente. Daar zijn in de meeste dorpen dorpshuizen. Niet omdat een beleidsmaker ooit heeft bedacht dat er ergens een ontmoetingsplek moest komen, maar omdat die voorzieningen vaak al tientallen jaren geleden zijn ontstaan, in de tijd dat de dorpen nog onderdeel waren van zelfstandige gemeenten.
Het dorpshuis is daar meer dan een gebouw. Het is een plek waar mensen elkaar kennen, waar activiteiten worden georganiseerd, waar verenigingen samenkomen en waar je soms gewoon even binnenloopt voor een praatje.
Die sociale infrastructuur is in veel dorpen nog steeds aanwezig.
Maar hoe zit dat in de stad Coevorden?
Juist daar mis ik een laagdrempelige ontmoetingsplek waar bijvoorbeeld ouderen overdag gewoon binnen kunnen lopen voor een kop koffie en een praatje. Geen ingewikkelde activiteit, geen afspraak, geen indicatie en geen verplicht programma.
Gewoon: de deur staat open.
Dat lijkt misschien een kleinigheid. Maar voor iemand die alleen woont kan zo'n kop koffie en een gesprek het verschil maken tussen een dag waarin je niemand spreekt en een dag waarin je toch even onder de mensen bent geweest.
In de zomer gaat dat gemakkelijker. Mensen gaan naar buiten. Ze zitten op een bankje, lopen door de stad, ontmoeten bekenden of drinken ergens een kop koffie. Er is meer leven op straat.
Maar straks komt de herfst. Daarna de winter.
De dagen worden korter, het wordt koud en nat en om vijf uur 's middags is het buiten al donker. Wie alleen woont, blijft gemakkelijker binnen. De televisie aan, de gordijnen dicht en de wereld speelt zich steeds meer buiten de voordeur af.
Juist dan wordt eenzaamheid zichtbaar.
En juist dan heb je een plek nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.
We hebben in de gemeente Coevorden dus een merkwaardige situatie. In veel dorpen bestaat die ontmoetingsfunctie al decennialang in de vorm van het dorpshuis. In de stad, waar toch een groot deel van de inwoners woont, lijkt zo'n vanzelfsprekende laagdrempelige voorziening veel minder aanwezig.
Dat is geen verwijt aan de dorpshuizen. Integendeel. Zij laten juist zien hoe belangrijk zo'n plek kan zijn.
Misschien moeten we daar eens van leren.
We zijn tegenwoordig erg goed in het onderzoeken van maatschappelijke problemen. CBS onderzoekt, GGD onderzoekt, het RIVM rekent en vervolgens verschijnen er percentages in de krant.
Maar eenzaamheid los je niet op met een percentage.
Je lost het ook niet op met een folder waarin staat dat mensen meer sociale contacten moeten zoeken.
Je hebt mensen nodig.
En je hebt een plek nodig waar die mensen elkaar kunnen vinden.
Misschien hoeft dat helemaal niet ingewikkeld te zijn. Een ruimte in of nabij de binnenstad, een paar tafels, stoelen, koffie en thee, een krant op tafel en vooral iemand die de deur open doet.
Een plek waar een oudere op een koude dinsdagmiddag kan binnenlopen en kan zeggen: „Doe mij maar een kop koffie.”
En iemand antwoordt: „Ga zitten. Gezellig dat je er bent.”
Daar kan geen RIVM-model tegenop.
Want wat doen we daadwerkelijk tegen eenzaamheid?
Kijk eens naar de buitendorpen binnen onze gemeente. Daar zijn in de meeste dorpen dorpshuizen. Niet omdat een beleidsmaker ooit heeft bedacht dat er ergens een ontmoetingsplek moest komen, maar omdat die voorzieningen vaak al tientallen jaren geleden zijn ontstaan, in de tijd dat de dorpen nog onderdeel waren van zelfstandige gemeenten.
Het dorpshuis is daar meer dan een gebouw. Het is een plek waar mensen elkaar kennen, waar activiteiten worden georganiseerd, waar verenigingen samenkomen en waar je soms gewoon even binnenloopt voor een praatje.
Die sociale infrastructuur is in veel dorpen nog steeds aanwezig.
Maar hoe zit dat in de stad Coevorden?
Juist daar mis ik een laagdrempelige ontmoetingsplek waar bijvoorbeeld ouderen overdag gewoon binnen kunnen lopen voor een kop koffie en een praatje. Geen ingewikkelde activiteit, geen afspraak, geen indicatie en geen verplicht programma.
Gewoon: de deur staat open.
Dat lijkt misschien een kleinigheid. Maar voor iemand die alleen woont kan zo'n kop koffie en een gesprek het verschil maken tussen een dag waarin je niemand spreekt en een dag waarin je toch even onder de mensen bent geweest.
In de zomer gaat dat gemakkelijker. Mensen gaan naar buiten. Ze zitten op een bankje, lopen door de stad, ontmoeten bekenden of drinken ergens een kop koffie. Er is meer leven op straat.
Maar straks komt de herfst. Daarna de winter.
De dagen worden korter, het wordt koud en nat en om vijf uur 's middags is het buiten al donker. Wie alleen woont, blijft gemakkelijker binnen. De televisie aan, de gordijnen dicht en de wereld speelt zich steeds meer buiten de voordeur af.
Juist dan wordt eenzaamheid zichtbaar.
En juist dan heb je een plek nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.
We hebben in de gemeente Coevorden dus een merkwaardige situatie. In veel dorpen bestaat die ontmoetingsfunctie al decennialang in de vorm van het dorpshuis. In de stad, waar toch een groot deel van de inwoners woont, lijkt zo'n vanzelfsprekende laagdrempelige voorziening veel minder aanwezig.
Dat is geen verwijt aan de dorpshuizen. Integendeel. Zij laten juist zien hoe belangrijk zo'n plek kan zijn.
Misschien moeten we daar eens van leren.
We zijn tegenwoordig erg goed in het onderzoeken van maatschappelijke problemen. CBS onderzoekt, GGD onderzoekt, het RIVM rekent en vervolgens verschijnen er percentages in de krant.
Maar eenzaamheid los je niet op met een percentage.
Je lost het ook niet op met een folder waarin staat dat mensen meer sociale contacten moeten zoeken.
Je hebt mensen nodig.
En je hebt een plek nodig waar die mensen elkaar kunnen vinden.
Misschien hoeft dat helemaal niet ingewikkeld te zijn. Een ruimte in of nabij de binnenstad, een paar tafels, stoelen, koffie en thee, een krant op tafel en vooral iemand die de deur open doet.
Een plek waar een oudere op een koude dinsdagmiddag kan binnenlopen en kan zeggen: „Doe mij maar een kop koffie.”
En iemand antwoordt: „Ga zitten. Gezellig dat je er bent.”
Daar kan geen RIVM-model tegenop.