19 Sep 2026
|
4 min read
Niet de fatbike is het probleem, maar degene die erop rijdt
J
Jan Veenstra
Auteur
Een fatbike is een fiets. Punt. Niet meer en niet minder. Tenminste, zolang die fiets aan de wettelijke eisen voldoet. Een elektrische fiets, en dus ook een fatbike, mag maximaal 25 kilometer per uur trapondersteuning geven en moet verder gewoon voldoen aan de verkeersregels die voor fietsers gelden.
Toch lijkt het inmiddels alsof we met een compleet nieuw maatschappelijk probleem te maken hebben. Strengere regels, minimumleeftijd, helmplicht, fatbikevrije zones en nog meer maatregelen moeten ons gaan verlossen van het gevaar dat kennelijk uit die dikke banden voortkomt. Het kabinet werkt inmiddels inderdaad aan dergelijke maatregelen.
Maar laten we niet doen alsof dit iets nieuws is.
Ik kan mij nog goed herinneren hoe de jeugd vroeger op opgevoerde bromfietsen rondreed. Een beetje sleutelen aan de carburateur, een andere uitlaat erop en vooral zorgen dat het ding wat harder liep dan volgens de wet mocht. Werd je gepakt, dan kreeg je een bekeuring en kon je bromfiets terugkomen als een klein geperst pakje. Daar was weinig discussie over.
De bromfiets was niet het probleem. De bestuurder die de regels aan zijn laars lapte, was het probleem.
En precies daar zit volgens mij ook vandaag de kern.
Een fatbike die netjes 25 kilometer per uur rijdt, is geen probleem. Een fatbike die over de stoep raast, voetgangers afsnijdt, andere fietsers in gevaar brengt of technisch is opgevoerd, is wél een probleem. Maar daarvoor bestaat de wet allang.
Sterker nog: de overheid schrijft zelf dat een opgevoerde elektrische fiets niet op de openbare weg mag en dat daartegen kan worden opgetreden. Bij herhaalde overtredingen kan de fiets zelfs in beslag worden genomen en vernietigd.
En dan hebben we ook nog artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Daar staat in feite een heel eenvoudig principe achter: je mag je op de weg niet zo gedragen dat daardoor gevaar of hinder voor andere weggebruikers wordt veroorzaakt.
Daarmee heeft de wetgever de handhaver al een belangrijk instrument in handen.
Dus waarom moet er dan steeds een nieuwe regel bij?
Misschien moeten we eerst eens kijken naar de regels die we al hebben. Want daar zit volgens mij het echte probleem: handhaving.
Als jongeren structureel met opgevoerde fietsen rondrijden, moet je controleren. Als iemand met hoge snelheid over de stoep rijdt, moet je optreden. Als een bestuurder anderen in gevaar brengt, moet dat consequenties hebben. En als iemand na meerdere waarschuwingen gewoon doorgaat, moet de sanctie niet bestaan uit een vriendelijk gesprek.
Regels hebben namelijk alleen betekenis als mensen weten dat ze worden gehandhaafd.
En daar wringt het. Want wanneer de pakkans klein is, wordt een regel al snel een advies. Dan kun je honderd nieuwe regels bedenken, maar verandert er weinig.
Ook het verhaal dat de fatbike zelf het grote gevaar vormt, verdient enige nuance. De Rijksoverheid schrijft zelf dat er geen bewijs is dat een fatbike gevaarlijker is dan een andere elektrische fiets. Het onderscheid is bovendien lastig te handhaven omdat fabrikanten voertuigen gemakkelijk kunnen aanpassen.
Dus laten we vooral niet opnieuw het voertuig tot schuldige verklaren.
De auto rijdt ook te hard. De scooter wordt ook opgevoerd. Met een gewone fiets kun je ook door rood rijden. En iemand kan zelfs met een wandelwagen gevaar veroorzaken als hij niet oplet.
Het probleem zit uiteindelijk niet in het voertuig.
Het probleem zit tussen het stuur en het zadel.
Natuurlijk moeten opgevoerde fatbikes worden aangepakt. Natuurlijk moet gevaarlijk rijgedrag worden bestraft. En natuurlijk mogen ouders worden aangesproken op de verantwoordelijkheid die zij hebben wanneer ze hun kind met een illegaal opgevoerde fiets de weg opsturen.
Maar laten we ophouden met de suggestie dat we het probleem oplossen door steeds nieuwe regels over de fatbike uit te storten.
Geef de handhaver de opdracht om de bestaande regels gewoon te handhaven. Consequent, zichtbaar en zonder eindeloze waarschuwingen.
Want vroeger wist iedere bromfietser precies wat er gebeurde wanneer hij met een opgevoerd apparaat werd aangehouden.
Een bekeuring.
En soms kreeg je je brommer terug in een formaat dat uitstekend in de kofferbak paste.
Misschien was die duidelijkheid zo gek nog niet.
Maar laten we niet doen alsof dit iets nieuws is.
Ik kan mij nog goed herinneren hoe de jeugd vroeger op opgevoerde bromfietsen rondreed. Een beetje sleutelen aan de carburateur, een andere uitlaat erop en vooral zorgen dat het ding wat harder liep dan volgens de wet mocht. Werd je gepakt, dan kreeg je een bekeuring en kon je bromfiets terugkomen als een klein geperst pakje. Daar was weinig discussie over.
De bromfiets was niet het probleem. De bestuurder die de regels aan zijn laars lapte, was het probleem.
En precies daar zit volgens mij ook vandaag de kern.
Een fatbike die netjes 25 kilometer per uur rijdt, is geen probleem. Een fatbike die over de stoep raast, voetgangers afsnijdt, andere fietsers in gevaar brengt of technisch is opgevoerd, is wél een probleem. Maar daarvoor bestaat de wet allang.
Sterker nog: de overheid schrijft zelf dat een opgevoerde elektrische fiets niet op de openbare weg mag en dat daartegen kan worden opgetreden. Bij herhaalde overtredingen kan de fiets zelfs in beslag worden genomen en vernietigd.
En dan hebben we ook nog artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Daar staat in feite een heel eenvoudig principe achter: je mag je op de weg niet zo gedragen dat daardoor gevaar of hinder voor andere weggebruikers wordt veroorzaakt.
Daarmee heeft de wetgever de handhaver al een belangrijk instrument in handen.
Dus waarom moet er dan steeds een nieuwe regel bij?
Misschien moeten we eerst eens kijken naar de regels die we al hebben. Want daar zit volgens mij het echte probleem: handhaving.
Als jongeren structureel met opgevoerde fietsen rondrijden, moet je controleren. Als iemand met hoge snelheid over de stoep rijdt, moet je optreden. Als een bestuurder anderen in gevaar brengt, moet dat consequenties hebben. En als iemand na meerdere waarschuwingen gewoon doorgaat, moet de sanctie niet bestaan uit een vriendelijk gesprek.
Regels hebben namelijk alleen betekenis als mensen weten dat ze worden gehandhaafd.
En daar wringt het. Want wanneer de pakkans klein is, wordt een regel al snel een advies. Dan kun je honderd nieuwe regels bedenken, maar verandert er weinig.
Ook het verhaal dat de fatbike zelf het grote gevaar vormt, verdient enige nuance. De Rijksoverheid schrijft zelf dat er geen bewijs is dat een fatbike gevaarlijker is dan een andere elektrische fiets. Het onderscheid is bovendien lastig te handhaven omdat fabrikanten voertuigen gemakkelijk kunnen aanpassen.
Dus laten we vooral niet opnieuw het voertuig tot schuldige verklaren.
De auto rijdt ook te hard. De scooter wordt ook opgevoerd. Met een gewone fiets kun je ook door rood rijden. En iemand kan zelfs met een wandelwagen gevaar veroorzaken als hij niet oplet.
Het probleem zit uiteindelijk niet in het voertuig.
Het probleem zit tussen het stuur en het zadel.
Natuurlijk moeten opgevoerde fatbikes worden aangepakt. Natuurlijk moet gevaarlijk rijgedrag worden bestraft. En natuurlijk mogen ouders worden aangesproken op de verantwoordelijkheid die zij hebben wanneer ze hun kind met een illegaal opgevoerde fiets de weg opsturen.
Maar laten we ophouden met de suggestie dat we het probleem oplossen door steeds nieuwe regels over de fatbike uit te storten.
Geef de handhaver de opdracht om de bestaande regels gewoon te handhaven. Consequent, zichtbaar en zonder eindeloze waarschuwingen.
Want vroeger wist iedere bromfietser precies wat er gebeurde wanneer hij met een opgevoerd apparaat werd aangehouden.
Een bekeuring.
En soms kreeg je je brommer terug in een formaat dat uitstekend in de kofferbak paste.
Misschien was die duidelijkheid zo gek nog niet.